ECLI:NL:CRVB:2010:BN2200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- H.G. Rottier
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens ontbreken nieuw feiten of omstandigheden
Appellant verzocht om een WW-uitkering, welke door het Uwv werd afgewezen op grond van het ontbreken van voldoende arbeidsverleden en het niet voldoen aan de termijnvereisten. Na bezwaar en eerdere procedures is het verzoek opnieuw afgewezen omdat er geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die een herziening rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het Uwv terecht het verzoek afwees en volstond met verwijzing naar eerdere besluiten. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtsorde was geschaad doordat hij niet was gehoord over een gewijzigde weigeringsgrondslag, maar de Raad verwierp dit omdat dit in eerdere procedures aan de orde had kunnen komen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van het verzoek om terug te komen op de eerdere besluiten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 22 juli 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om WW-uitkering wegens ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.