ECLI:NL:CRVB:2010:BN2168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding bankrekeningen
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB, maar hadden drie bankrekeningen niet gemeld aan het College. Uit onderzoek bleek dat het saldo op deze rekeningen ruim €156.000 bedroeg, wat het toegestane vermogen overschreed. Het College trok de bijstand in en vorderde de onterecht ontvangen bijstand terug.
Appellanten voerden aan dat het geld een onverdeelde erfenis was en dat het bedrag was verdeeld onder erfgenamen, maar konden dit niet aannemelijk maken met verifieerbare documenten. De rechtbanken oordeelden dat appellanten niet hadden voldaan aan hun inlichtingenplicht en dat het College terecht had gehandeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken, oordeelde dat appellanten onvoldoende bewijs hadden geleverd van een relevante wijziging in hun financiële situatie en dat de aanvragen om algemene en bijzondere bijstand terecht waren afgewezen. De Raad zag geen dringende redenen om van terugvordering af te zien en wees de beroepen af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens niet-melding van bankrekeningen en onvoldoende bewijs van recht op bijstand.