ECLI:NL:CRVB:2010:BN1961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- K.J. Kraan
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens plichtsverzuim als leidinggevende inroostering onregelmatige diensten niet evenredig
Betrokkene was als leidinggevende verantwoordelijk voor de inroostering van medewerkers bij de Van Mesdagkliniek. Er werd geconstateerd dat onregelmatige diensten ongelijk verdeeld waren, met een kunstmatige ophoging van de toelage onregelmatige diensten (TOD) voor 54-jarigen. Betrokkene gaf inloggegevens aan de roostermaker en hield onvoldoende toezicht, waardoor de situatie jaren kon voortduren.
De minister legde betrokkene ontslag op wegens plichtsverzuim, wat door de rechtbank werd vernietigd omdat de straf niet evenredig was. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het plichtsverzuim, maar bevestigt dat betrokkene niet te goeder trouw handelde en niet persoonlijk profiteerde. De Raad vindt dat het ontslag niet in verhouding staat tot het vergrijp.
Het hoger beroep van betrokkene over het plichtsverzuim wordt verworpen. Het hoger beroep van de minister tegen de disproportionaliteit van de straf wordt eveneens afgewezen. De Raad veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het ontslag wegens plichtsverzuim wordt als niet evenredig beoordeeld en het besluit wordt vernietigd.