ECLI:NL:CRVB:2010:BN1408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering geldlening bijzondere bijstand wegens gebrek aan motivering
Appellant ontving sinds 2000 algemene bijstand en kreeg in 2003 een renteloze geldlening als bijzondere bijstand, met een maandelijkse aflossing van €80 via inhouding op de uitkering. Na intrekking van de algemene bijstand per 2 juni 2005, vorderde het College in 2005 de kosten van de lening terug omdat appellant niet meer aflossingen zou hebben gedaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep vast dat noch het besluit tot verstrekking van de lening, noch de schuldbekentenis bepalingen bevatten over aflossing na het wegvallen van de algemene bijstand. Hierdoor was het College niet bevoegd de terugvordering te baseren op het niet nakomen van aflossingen na intrekking.
De Raad vernietigt daarom het besluit van 14 augustus 2008 en herroept het besluit van 19 december 2005. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot terugvordering wordt vernietigd en het eerdere besluit wordt herroepen.