ECLI:NL:CRVB:2010:BN1320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens ontbreken bankgegevens Raborekening
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd verzocht om bankafschriften van zijn bank-, giro- en spaarrekeningen te overleggen. Ondanks herhaalde verzoeken heeft appellant de gevraagde gegevens van zijn Raborekening niet verstrekt. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein trok daarom de bijstand met ingang van 9 mei 2006 in.
De rechtbank oordeelde dat het College bevoegd was tot intrekking, maar stelde dat de intrekking op grond van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de WWB moest plaatsvinden in plaats van het vierde lid, vanwege de maximale duur van opschorting. De rechtbank vernietigde het eerdere besluit en gaf het College opdracht een nieuwe beslissing te nemen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken wegens het ontbreken van de Raborekeninggegevens, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. De Raad wijst de stelling van appellant dat hij de gegevens niet kon verkrijgen af, omdat dit niet is onderbouwd. De intrekking blijft gehandhaafd met ingang van 9 mei 2006.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering van appellant wegens het niet verstrekken van Rabobankgegevens wordt bevestigd.