ECLI:NL:CRVB:2010:BN0245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 13 april 2008 in te trekken, omdat zijn arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedraagt. Het bezwaar van appellant werd eerder ongegrond verklaard en de rechtbank heeft dit besluit bevestigd.
In hoger beroep stelt appellant dat hij wel kan werken, maar slechts circa 10 uur per week en niet op vaste tijden vanwege vermoeidheidsklachten door ME. Hij betwist de passendheid van enkele functies vanwege allergieën en visuele belasting en overlegt medische vragenlijsten van huisarts en oogarts.
De Raad oordeelt dat de medische grondslag van het besluit zorgvuldig is vastgesteld, mede doordat de bezwaarverzekeringsarts de medische gegevens van huisarts en oogarts heeft betrokken. De door appellant overgelegde vragenlijsten brengen geen nieuw licht op de situatie. De arbeidskundige beoordeling is eveneens zorgvuldig, waarbij passende functies zijn geselecteerd en gemotiveerd.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, omdat appellant op de datum in geding in staat wordt geacht de genoemde functies te vervullen en de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.