ECLI:NL:CRVB:2010:BN0235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over temperatuur op werkplek en WIA-beperking
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een besluit van het UWV inzake zijn beperkingen onder de Wet WIA. De medische beoordeling was reeds vastgesteld door de rechtbank in een eerdere uitspraak van februari 2008, waarin werd geconcludeerd dat appellant beperkt is voor werken bij temperaturen boven 25 graden Celsius.
In het geschil stond de vraag centraal of de temperatuur op de werkplek van appellant daadwerkelijk regelmatig boven deze grens uitkomt. De rechtbank oordeelde dat dit het geval is, gebaseerd op verklaringen van de werkgever en appellant zelf. Appellant stelde dat het UWV ten onrechte geen temperatuurmetingen had verricht en dat de verklaringen van de werkgever onvoldoende waren.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en concludeert dat de temperatuur op de werkplek bij warm weer weliswaar niet vaak, maar wel af en toe boven 25 graden Celsius komt. Dit strookt met de verklaringen van appellant en de werkgever. Er is geen reden om aanvullende temperatuurmetingen te verrichten. Het beroep op artikel 6 EVRM Pro wordt verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.