ECLI:NL:CRVB:2010:BN0206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en schadevergoeding wegens vertraagde betaling
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 14 december 2007 inzake de mate van arbeidsongeschiktheid en de ingangsdatum van de verhoging van zijn WAO-uitkering. De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de ingangsdatum betrof en bepaalde dat het UWV ook moest beslissen over de gevorderde schadevergoeding.
Het UWV gaf uitvoering aan de uitspraak met een nieuw besluit van 24 juli 2008, waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 65 tot 80% vanaf 20 februari 2007, maar weigerde de schadevergoeding toe te kennen. Appellant voerde aan dat zijn medische toestand was verslechterd en dat het UWV ten onrechte de kosten van rapporten van Instituut Psychosofia niet vergoedde.
De Raad oordeelde dat de medische gegevens geen aanwijzingen bevatten voor een verslechtering van de arbeidsongeschiktheid na 2004 en dat het UWV terecht de kosten van de rapporten niet vergoedde. Wel stelde de Raad vast dat het UWV naliet te beslissen over de gevorderde schadevergoeding en vernietigde het besluit van 24 juli 2008 op dat punt.
De Raad liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand, veroordeelde het UWV tot betaling van wettelijke rente over de periode van 20 februari 2007 tot 15 mei 2007 en in de proceskosten van appellant. De uitspraak bevestigt de juiste medische grondslag en benadrukt het belang van volledige uitvoering van rechterlijke uitspraken door bestuursorganen.
Uitkomst: Het besluit van 24 juli 2008 wordt vernietigd wegens nalaten schadevergoeding te beslissen; het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.