ECLI:NL:CRVB:2010:BM9772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf 22 augustus 2005 bijstand op grond van de WWB. Na een heronderzoek en huisbezoek ontstond het vermoeden dat appellant zijn hoofdverblijf niet in de gemeente Schiedam had. Een nader onderzoek leidde tot het besluit van het College om de bijstand vanaf 1 januari 2007 in te trekken en de bijstand over de periode van 22 augustus 2005 tot en met 31 december 2006 terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant de inlichtingenplicht uit artikel 17 WWB Pro heeft geschonden door niet te melden dat hij zijn woonplaats buiten Schiedam had. Dit oordeel is gebaseerd op verklaringen van appellant tijdens een verhoor, het huisbezoek en overige stukken.
De Raad stelt vast dat appellant geen recht had op bijstand over genoemde periode en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.