ECLI:NL:CRVB:2010:BM9289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- H.G. Rottier
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn in WW-uitkering
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarin zijn bezwaren tegen herziening en gedeeltelijke terugvordering van zijn WW-uitkering en een opgelegde boete werden afgewezen. Het beroep werd echter door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de beroepstermijn. Hoewel appellant het beroepschrift had gedateerd op 20 oktober 2007, werd het pas op 20 november 2007 ontvangen, terwijl de termijn op 19 november 2007 was geëindigd.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat alleen het poststempel van het postkantoor als bewijs van tijdige terpostbezorging geldt. Het door een frankeermachine aangebrachte datumstempel op de envelop biedt onvoldoende bewijs. Appellant kon niet aannemelijk maken dat het beroepschrift tijdig was verzonden en gaf geen verschoonbare reden voor de overschrijding.
De Raad overweegt dat het risico van het ontbreken van een poststempel voor rekening van appellant komt. Speculaties over het ontbreken van het poststempel en het feit dat de frankeermachine een datum binnen de termijn vermeldde, zijn onvoldoende. Ook het argument dat de regelgeving onduidelijk was, leidt niet tot verschoonbaarheid. De Raad wijst het beroep af en bevestigt de eerdere uitspraak, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening binnen de beroepstermijn.