ECLI:NL:CRVB:2010:BM9284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging gedeeltelijke beslissing kostenvergoeding bezwaar en afwijzing immateriële schadevergoeding
Appellante ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering die door het Uwv werd herzien vanwege vermeende inkomsten uit arbeid, wat leidde tot een terugvordering van onverschuldigde uitkering. Namens appellante werd bezwaar gemaakt tegen dit besluit, inclusief een verzoek tot vergoeding van kosten van de gemachtigde Juricon. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en herrolde het besluit, maar wees de vergoeding van de kosten van de gemachtigde af en liet deze vordering buiten beschouwing.
In hoger beroep stelde appellante dat de proceskostenvergoeding onvoldoende was en eiste vergoeding van de meerkosten van Juricon en immateriële schade. De Raad oordeelde dat de rechtbank in strijd met artikel 8:69 Awb Pro niet volledig had beslist op het beroep, waardoor dat deel van de uitspraak voor vernietiging in aanmerking kwam. De Raad bevestigde echter dat de gevorderde meerkosten niet voor vergoeding in aanmerking komen vanwege het forfaitaire karakter van het Bpb en wees de immateriële schadevergoeding af wegens gebrek aan onderbouwing.
De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Hiermee werd een gedeeltelijke vernietiging van de uitspraak bereikt, waarbij het Uwv geen extra kosten hoefde te vergoeden en de immateriële schadeclaim werd afgewezen.
Uitkomst: De Raad vernietigt het deel van de uitspraak over de meerkostenvergoeding, wijst de immateriële schadevergoeding af en veroordeelt het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.