ECLI:NL:CRVB:2010:BM9087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering bij IVF-behandeling geen zwangerschap
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden waarin werd bepaald dat een werkneemster geen recht had op een Ziektewetuitkering wegens arbeidsongeschiktheid voortkomend uit een IVF-behandeling. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had eerder besloten de uitkering te beëindigen omdat volgens de geldende Standaard "Zwangerschap en bevalling als oorzaak van ongeschiktheid voor haar arbeid" bij IVF-behandeling geen sprake is van zwangerschap.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat artikel 19, tweede lid, van de Ziektewet het recht op ziekengeld regelt bij ongeschiktheid door zwangerschap of bevalling en dat artikel 29a de hoogte van het ziekengeld bepaalt. De Standaard, ontwikkeld voor de beoordeling van causaliteit bij zwangerschap en bevalling, sluit IVF-behandelingen uit als zwangerschap omdat er nog geen innesteling heeft plaatsgevonden.
De Raad vond geen aanwijzingen dat bij de werkneemster sprake was van innesteling van het embryo, waardoor geen zwangerschap kon worden vastgesteld. Daarom werd het standpunt van het Uwv en de rechtbank gevolgd en het beroep ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering wordt beëindigd omdat een IVF-behandeling zonder innesteling niet als zwangerschap wordt beschouwd.