ECLI:NL:CRVB:2010:BM8935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.T.M. Berkel-Kikkert
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling persoonsgebonden budget en terugvordering door Zorgkantoor bevestigd met schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant heeft een aanvraag gedaan voor een herindicatie en een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend gekregen voor de jaren 2003 en 2004. Het Zorgkantoor stelde het pgb lager vast en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en het bezwaar werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep betoogde appellant dat het Zorgkantoor ten onrechte geen rekening hield met het feit dat voor hem geen eigen bijdrage gold en dat de toekenning van het pgb te lang op zich liet wachten, waardoor hij geen zorgkosten kon maken. Tevens verzocht hij om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelde dat de subsidievaststelling en terugvordering berusten op een juiste berekening en dat het Zorgkantoor de belangen van appellant op juiste wijze heeft afgewogen. Appellant had de mogelijkheid om zorg in natura te kiezen of zelf de zorg voor te financieren. De Raad stelde vast dat de redelijke termijn voor de bezwaarprocedure met ruim negen maanden werd overschreden en kende daarom een schadevergoeding van € 1.000 toe.
De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand en veroordeelde het Zorgkantoor tot betaling van de schadevergoeding en de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De subsidievaststelling en terugvordering door het Zorgkantoor zijn juist, het beroep wordt gegrond verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn en het Zorgkantoor wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van € 1.000.