ECLI:NL:CRVB:2010:BM8559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Herziening dagloonvaststelling en arbeidsongeschiktheidspercentage in WIA-uitkering
Appellant, voormalig stelleur II, meldde zich arbeidsongeschikt per 30 mei 2005. Het UWV kende hem een WIA-uitkering toe met een dagloon van €126,92 en een arbeidsongeschiktheid van 35-80%. Na bezwaar stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid bij op 43,25%, maar liet het dagloon ongewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het opleidingsniveau onjuist was vastgesteld, de Functionele Mogelijkhedenlijst onvolledig was en het dagloon niet correct was berekend, met name vanwege het niet meenemen van de vroegpensioenpremie in het loon. Het UWV nam een nieuw besluit waarin de arbeidsongeschiktheid werd verhoogd naar 80-100%, maar het dagloon bleef hetzelfde.
De Raad vernietigde het eerdere besluit over de arbeidsongeschiktheid en verklaarde het beroep daartegen gegrond. Het nieuwe besluit van het UWV werd betrokken en beoordeeld. De Raad oordeelde dat appellant het maximaal haalbare resultaat had bereikt met de 80-100% arbeidsongeschiktheid en dat het opleidingsniveau in deze procedure niet verder behandeld hoefde te worden.
Met betrekking tot het dagloon stelde de Raad vast dat het UWV het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen correct had toegepast, waarbij de referteperiode werd gesplitst conform de geldende bepalingen van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen (CSV) en de Wet op de loonbelasting. De vroegpensioenpremie, als onderdeel van een bestaande regeling voor vervroegde uittreding, behoort niet tot het loon en mocht derhalve niet worden meegerekend in het dagloon.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten van appellant en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 juni 2010.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over arbeidsongeschiktheid wordt gegrond verklaard en het beroep tegen het dagloonbesluit ongegrond, met veroordeling van het UWV in proceskosten.