ECLI:NL:CRVB:2010:BM8427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim ambtenaar
Appellante, werkzaam als ambtenaar bij een rijksdienst, weigerde drie opdrachten om mee te werken aan medische onderzoeken in het kader van verzuimbegeleiding volgens de Wet verbetering poortwachter. Dit werd aangemerkt als ernstig plichtsverzuim. De minister legde haar daarop een disciplinaire straf op van voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd haar bezoldiging vanaf 28 maart 2006 stopgezet.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het bezwaar tegen het vervallen van de bezoldiging werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken.
De Raad oordeelde dat de weigering tot medewerking aan medische onderzoeken terecht werd aangemerkt als ernstig plichtsverzuim en dat de opgelegde straf niet onevenredig was. Tevens werd bevestigd dat het bezwaar tegen het besluit tot stopzetting van de bezoldiging te laat was ingediend zonder aanvaardbare redenen. De Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 juni 2010 en bevestigt de eerdere uitspraken van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim en verklaart het bezwaar tegen het vervallen van bezoldiging niet-ontvankelijk.