ECLI:NL:CRVB:2010:BM8227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens vermeende drugshandel niet voldoende bewezen
Betrokkene ontving bijstand over meerdere perioden, waaronder van 29 mei 1998 tot 1 april 2002. Na een politieonderzoek naar vermeende drugshandel vanaf januari 2002 besloot de Sociale Dienst Bommelerwaard de bijstand over de periode 1 januari 2002 tot 31 maart 2002 in te trekken en terug te vorderen, omdat betrokkene inkomsten uit drugshandel zou hebben verzwegen.
De rechtbank Arnhem vernietigde dit besluit omdat de verklaringen van getuigen onvoldoende specifiek en tegenstrijdig waren om de drugshandel in de genoemde periode te bewijzen. De Sociale Dienst ging in hoger beroep en stelde dat zes getuigen verklaringen hadden afgelegd waaruit een doorlopende drugshandel bleek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat ondanks de zes getuigenverklaringen niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat betrokkene in de periode 1 januari 2002 tot 1 april 2002 in drugs handelde en inkomsten verzweeg. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt appellant tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 1 januari 2002 tot 1 april 2002 wordt vernietigd.