ECLI:NL:CRVB:2010:BM7267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bijzondere bijstand en toelating Regeling chronisch zieken
Appellante verzocht het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om toelating tot de Regeling chronisch zieken en gehandicapten en om bijzondere bijstand voor meerkosten zoals kledingslijtage, energie- en waterverbruik, waspoeder en saunakosten. Het College vroeg de GGD om advies, die concludeerde dat appellante niet tot de doelgroep behoorde vanwege een behandelbare psychiatrische aandoening. Het College wees de aanvraag af op basis van dit advies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het GGD-advies zorgvuldig was en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagde wegens onvoldoende gegevens over de broer van appellante. Ook werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen wegens het ontbreken van een expliciete toezegging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het College het GGD-advies niet zonder nader onderzoek mocht volgen, omdat onvoldoende steun bestond voor de veronderstelling dat behandeling de klachten zou oplossen. Tevens hanteerde de GGD onjuiste uitgangspunten bij de beoordeling van de noodzaak van de kosten. Het besluit was daardoor onvoldoende gemotiveerd en niet zorgvuldig. De Raad vernietigde het besluit en beval het College een nieuw besluit te nemen, waarbij ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd afgewezen wegens gebrek aan expliciete toezegging.
Daarnaast veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het College wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de bijzondere bijstand.