ECLI:NL:CRVB:2010:BM7011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en ongegrondverklaring beroep intrekking WAO-uitkering
Appellant, voormalig metaalbewerker, ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV trok deze uitkering per 20 februari 2007 in vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beperkingen niet te gering waren vastgesteld en dat de functies passend waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij nog steeds eenarmig was en dat klachten zoals hoofdpijn, nekpijn en vermoeidheid onvoldoende waren meegewogen. Hij overlegde aanvullende medische rapporten. De Raad stelde vast dat de aangevallen uitspraak niet de dag van beslissing vermeldde, wat strijdig is met artikel 8:77 Awb Pro, en vernietigde daarom die uitspraak.
De Raad achtte terugwijzing niet nodig en besloot zelf de zaak af te doen. De Raad volgde de overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat de medische en arbeidskundige grondslagen voldoende waren. De aanvullende rapporten gaven geen aanleiding tot een andere beoordeling. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de WAO-uitkering is ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak vernietigd.