ECLI:NL:CRVB:2010:BM5951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering ondanks gewijzigde medische situatie
Appellant, die sinds 2002 een WAO-uitkering ontvangt vanwege fibromyalgie en psychische klachten, betwistte de beslissing van het UWV om zijn uitkering niet te verhogen per 24 mei 2007. Hoewel appellant op die datum in aangepast werk werkzaam was en salaris ontving, stelde hij dat zijn medische beperkingen toen zwaarder waren dan door het UWV werd aangenomen.
De Centrale Raad van Beroep nam 24 mei 2007 als ijkpunt en constateerde dat de situatie ten opzichte van 2 januari 2006 onveranderd was gebleven. Een herkeuring door een verzekeringsarts in februari 2007 bevestigde vergelijkbare medische beperkingen als eerder vastgesteld. Omdat appellant het loonverlies van 50% niet betwistte, zag het UWV geen reden om de WAO-uitkering te verhogen.
Het hoger beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard. De Raad oordeelde dat het UWV terecht vasthield aan de eerdere indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse 45-55%. Er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling. De uitspraak bevestigt daarmee het besluit van de rechtbank Amsterdam van 5 oktober 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om de WAO-uitkering niet te verhogen wordt bevestigd.