ECLI:NL:CRVB:2010:BM5950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WWIK-uitkering wegens niet tijdig aanleveren jaarrekening
Appellante ontving in 2006 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde bij besluit vast dat appellante niet had voldaan aan de verplichting om binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar de administratie, waaronder de jaarrekening, te overleggen.
Ondanks meerdere verzoeken en een uitstelverlening, leverde appellante de gevraagde stukken niet tijdig aan. Het College besloot daarom de uitkering van €7.996,74 terug te vorderen. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door het College en vervolgens door de rechtbank.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellante in strijd handelde met artikel 20, derde lid, van de WWIK en dat het College gehouden was tot terugvordering. De Raad oordeelde dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien en dat het gelijkheidsbeginsel niet werd geschonden door het College, ondanks verschillen in gemeentelijke uitvoering. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WWIK-uitkering wegens het niet tijdig aanleveren van de jaarrekening.