ECLI:NL:CRVB:2010:BM5936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig onderzoek beperkingen
Appellante, die van 1998 tot eind 2005 een WAO-uitkering ontving en zich in maart 2006 ziek meldde vanuit de WW, verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV wees dit verzoek per besluit van 7 maart 2008 af, waarna appellante bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van het UWV ongegrond, omdat het onderzoek voldoende diepgaand en zorgvuldig was en de beperkingen van appellante als gevolg van ziekte of gebrek niet waren onderschat. Ook was duidelijk onderbouwd waarom de geduide functies haar belastbaarheid niet overschreden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij meer beperkingen had, waaronder schouderklachten die ook op de datum in geding bestonden. De Raad overwoog dat dit een herhaling was van eerdere gronden en dat er geen nieuwe medische informatie was die tot een ander oordeel leidde. De medische stukken ondersteunden haar stelling niet.
De Raad onderschreef de arbeidskundige beoordeling dat appellante in staat was om de functie assistent consultatiebureau te vervullen. De toelichtingen en overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts werden als afdoende beschouwd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.