ECLI:NL:CRVB:2010:BM5001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing immateriële schadevergoeding na inhouding bijstandsuitkering door gemeente
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van de gemeente 's-Gravenhage waarbij haar bijstandsuitkering werd herzien en verlaagd, en vorderde een vergoeding voor immateriële schade. Het College herzag de besluiten en betaalde terug, maar wees het verzoek om schadevergoeding af wegens het ontbreken van onrechtmatig handelen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond, oordeelde dat het besluit tot inhouding onzorgvuldig was, maar dat dit geen aanleiding gaf tot immateriële schadevergoeding omdat geen aantasting van de persoon was aangetoond.
In hoger beroep stelde appellante dat de inhouding een ernstige aantasting van haar persoonlijke levenssfeer betekende. De Raad oordeelde echter dat de enkele inhouding op de bijstandsuitkering geen ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vormt zoals bedoeld in artikel 6:106 BW Pro.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om immateriële schadevergoeding af. Tevens werd appellante niet veroordeeld in de proceskosten omdat geen misbruik van procesrecht was vastgesteld.
Uitkomst: Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens inhoudingen op de bijstandsuitkering wordt afgewezen.