ECLI:NL:CRVB:2010:BM3906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-uitkeringsbesluit na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, die sinds 2005 arbeidsongeschikt is wegens diverse klachten, kreeg aanvankelijk geen WIA-uitkering toegekend omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar en een nieuw besluit werd hem alsnog een WIA-uitkering toegekend voor een arbeidsongeschiktheid tussen 35 en 80%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde dat besluit, maar verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat geen informatie was opgevraagd bij zijn huisarts en fysiotherapeut, en dat zijn beperkingen onderschat waren, mede vanwege een lekkende hartklep.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst adequaat waren weergegeven en dat de arbeidskundige onderbouwing van het besluit voldoende was. Ook het bezwaar tegen de vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen omdat appellant gedurende de periode een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand ontving.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van een WIA-uitkering van 35 tot 80% wordt bevestigd.