ECLI:NL:CRVB:2010:BM2119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.C. Bruning
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat verblijf van militair in VS langer dan twee jaar recht geeft op extra voorzieningen
Betrokkene, een militair die was overgegaan van de Koninklijke marine naar de luchtmacht, volgde een opleiding in de Verenigde Staten bestaande uit drie cursussen. De duur van de derde cursus was aanvankelijk onbekend. De Staatssecretaris van Defensie verleende in januari 2006 goedkeuring voor verblijf van betrokkene en zijn gezin in de VS voor een periode van meer dan één maar minder dan twee jaar.
Betrokkene verzocht in april 2007 om goedkeuring voor verblijf langer dan twee jaar, wat werd afgewezen omdat elke detachering afzonderlijk minder dan twee jaar zou duren. De rechtbank oordeelde echter dat de totale duur van het verblijf meer dan twee jaar bedroeg en dat de Staatssecretaris dit had moeten erkennen.
De Staatssecretaris ging in hoger beroep, stellende dat er geen nieuwe feiten waren en dat het verblijf uit meerdere tijdelijke detacheringen bestond. De Raad oordeelde dat het bekend worden van de data van de derde cursus een nieuw feit was en dat de Staatssecretaris bij het oorspronkelijke besluit uitging van de totale verblijfsduur. Het gewijzigde standpunt van de Staatssecretaris werd niet gevolgd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, vernietigde het besluit van november 2008 waarin het bezwaar werd afgewezen, en veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en het besluit van 13 november 2008 vernietigd.