ECLI:NL:CRVB:2010:BM1974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herberekening arbeidsongeschiktheid zonder volledige heroverweging
Appellant was arbeidsongeschikt verklaard met een mate van minder dan 35% per 3 november 2006, waarop het UWV een uitkering weigerde. Naar aanleiding van jurisprudentie over de maximering van de maatmanarbeid heeft het UWV uit eigen beweging de mate van arbeidsongeschiktheid herberekend zonder de maximering van 38 uur toe te passen.
Appellant stelde dat het UWV een volledige heroverweging van het besluit per 2 maart 2007 had moeten doen, inclusief medische en arbeidskundige aspecten, omdat hij toen meer dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat het bestuursorgaan bevoegd is om een besluit gedeeltelijk of volledig te heroverwegen, ook uit eigen beweging, en dat een eerder onaantastbaar geworden besluit niet opnieuw volledig getoetst kan worden. De toetsing beperkt zich tot nieuw gebleken feiten of veranderende omstandigheden en de redelijkheid van het nieuwe besluit.
De Raad concludeert dat het UWV in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen, dat appellant de omvang van de maatmanarbeid en de herberekening niet heeft betwist, en dat het beroep daarom geen doel treft. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.