ECLI:NL:CRVB:2010:BL9394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na toepassing Schattingsbesluit 2004
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te verlagen van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. De Raad beoordeelde of het Schattingsbesluit 2004, dat ten grondslag ligt aan de herbeoordeling, voldoet aan wettelijke en mensenrechtelijke normen.
De medische rapporten bevestigden een sociale angststoornis die vooral het sociale functioneren in administratieve functies beperkt, maar niet instrumentele of solitaire taken. Het UWV gebruikte de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en het Claimbeoordelings- en borgingssysteem (CBBS) om passende functies te selecteren. Appellante voerde aan dat het Schattingsbesluit niet reëel is, de normaalwaarden te hoog en de arbeidsbeperkingen onderschat.
De Raad verwierp deze stellingen, verwijzend naar vaste jurisprudentie en de toelichting bij het Schattingsbesluit. Het CBBS bevat reguliere functies die landelijk voorkomen en vormt een verantwoord hulpmiddel. De Raad vond geen aanwijzingen dat het UWV de beperkingen van appellante onderschat. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.