ECLI:NL:CRVB:2010:BL9372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering loonheffing vakantiegeld WAO-uitkering ondanks geen bruto teveelbetaling
Appellante ontvangt een WAO-uitkering en kreeg vakantiegeld uitbetaald waarover abusievelijk geen loonheffing is ingehouden. Het UWV vorderde daarom het bedrag van €562,80 terug via inhouding op haar uitkering.
Appellante betoogde dat zij bruto geen teveel uitkering had ontvangen en dat daarom terugvordering niet gerechtvaardigd was. De rechtbank oordeelde dat het UWV verplicht is loonheffing in te houden en dat de uitkering daarom terecht is herzien en teruggevorderd.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat ook al is er bruto geen teveel uitkering, het bedrag van de niet-ingehouden loonheffing onverschuldigd is betaald en teruggevorderd kan worden op grond van artikel 57 van Pro de WAO. De Raad merkte op dat de herziening van de vakantie-uitkering op basis van artikel 36a WAO ten onrechte is toegepast, maar dit leidt niet tot vernietiging van het besluit. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht loonheffing terugvordert over het abusievelijk niet ingehouden vakantiegeld.