ECLI:NL:CRVB:2010:BL9010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit indicatie ondersteunende begeleiding AWBZ wegens onvoldoende motivering
Appellant, verstandelijk gehandicapt en lijdend aan de ziekte van Von Willebrandt, was geïndiceerd voor diverse vormen van zorg onder de AWBZ. Na een bezwaarprocedure wijzigde het CIZ de indicatie op 2 februari 2007, maar appellant was het niet eens met de omvang van de indicatie voor ondersteunende begeleiding algemeen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 2 februari 2007 ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het CIZ een nieuw besluit van 22 december 2009 had genomen waarin appellant werd geïndiceerd voor 20 tot 24,9 uur ondersteunende begeleiding, waarmee aan zijn beroep werd voldaan.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep ongegrond had verklaard en vernietigde het besluit van 2 februari 2007. De Raad veroordeelde het CIZ in de proceskosten en wees erop dat appellant zich eerst tot het zorgkantoor moet wenden voor vergoeding van extra kosten. De Raad concludeerde dat het beroep niet meer gericht is tegen het nieuwe besluit van 22 december 2009.
Uitkomst: Het besluit van 2 februari 2007 wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.