ECLI:NL:CRVB:2010:BL8865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging fiscale bijtelling privégebruik auto als inkomen uit arbeid voor WAO- en WAZ-uitkering
Appellant, directeur-grootaandeelhouder, was arbeidsongeschikt verklaard en ontving uitkeringen op grond van de WAO en WAZ. Het UWV had bij de berekening van deze uitkeringen de fiscale bijtelling wegens privégebruik van een auto van de werkgever als inkomen uit arbeid meegenomen. Appellant voerde bezwaar aan dat deze bijtelling onterecht als inkomen uit arbeid werd beschouwd en stelde dat het om sociaal loon ging, bedoeld ter compensatie van inkomensverlies.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en stelde dat de fiscale keuze die door de belastingdienst is geaccepteerd, in beginsel bepalend is. Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende was onderzocht of de bijtelling een reële afspiegeling van de resterende verdiencapaciteit vormde en dat sinds 2006 een eigen bijdrage voor de auto bestond, waardoor het voordeel van privégebruik zou ontbreken. Tevens stelde appellant dat de terugwerkende kracht in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad overwoog dat de fiscale bijtelling terecht als inkomen uit arbeid is aangemerkt en dat het UWV de wettelijke bepalingen correct heeft toegepast. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen, mede omdat het UWV pas in 2007 kennis kreeg van het privégebruik en de fiscale gegevens. Gegevens over latere jaren vielen buiten het geding. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De fiscale bijtelling voor privégebruik van de auto van de werkgever is terecht als inkomen uit arbeid aangemerkt bij de berekening van WAO- en WAZ-uitkeringen.