ECLI:NL:CRVB:2010:BL8816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R. Kooper
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten bijstandsverlening wegens onbevoegde delegatie binnen gemeenschappelijke regeling
Appellant ontving algemene bijstand ingevolge de WWB, welke op 11 mei 2006 werd ingetrokken. Na een nieuwe aanvraag op 4 oktober 2006 wees het College van burgemeester en wethouders van Dordrecht de aanvraag af, en de Bestuurscommissie vorderde voorschotten terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, die door de rechtbank ongegrond werden verklaard.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het College niet bevoegd was het eerste besluit te nemen, omdat de gemeentelijke bevoegdheden op grond van de WWB waren overgedragen aan het bestuur van Drechtsteden. Daarnaast bleek dat de Bestuurscommissie ook niet bevoegd was de besluiten te nemen, omdat de delegatie van bevoegdheden door het dagelijks bestuur van Drechtsteden aan de Bestuurscommissie niet rechtsgeldig was; alleen het algemeen bestuur (de Drechtraad) kan bevoegdheden overdragen aan een commissie.
De Raad vernietigde daarom de besluiten, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van deze besluiten in stand blijven. De Raad wees verzoeken om schadevergoeding af en veroordeelde de Bestuurscommissie tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De inhoudelijke beoordeling van de besluiten wees uit dat de afwijzing van de bijstandsaanvraag en de terugvordering van voorschotten op goede gronden waren gebaseerd op onvoldoende en onduidelijke financiële gegevens van appellant.
Uitkomst: De besluiten over bijstandsverlening worden vernietigd wegens onbevoegde delegatie, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.