ECLI:NL:CRVB:2010:BL8805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep tegen bezwaar verrekeningsopgave WWB
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) over de periode van 21 juli 2004 tot 30 september 2005. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) berichtte appellant dat hij recht had op een WAJONG-uitkering over een latere periode, waarbij een verrekening plaatsvond met de eerder ontvangen bijstand. De verrekening was gebaseerd op een opgave van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem.
Appellant maakte bezwaar tegen deze verrekeningsopgave bij het College, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de opgave geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was. De rechtbank bevestigde deze beslissing. In hoger beroep stelde appellant zich gemotiveerd op, maar tijdens de zitting gaf zijn gemachtigde aan dat de verrekeningsopgave geen rechtsgevolg had tussen appellant en het College en betwistte hij de juistheid niet meer.
De Raad concludeerde dat appellant geen procesbelang had bij de beoordeling van de opgave, omdat het resultaat van het bezwaar niet daadwerkelijk bereikt kon worden en geen feitelijke betekenis had voor appellant. Ook het standpunt dat het College een besluit tot intrekken of terugvorderen zou moeten nemen, bood geen procesbelang. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.