ECLI:NL:CRVB:2010:BL8108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV inzake arbeidsongeschiktheid met instandhouding rechtsgevolgen
Appellant was het niet eens met het besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheid werd beoordeeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de medische beperkingen voldoende waren meegenomen en de belastbaarheid niet werd overschreden. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij volledig arbeidsongeschikt was en psychisch niet zelfredzaam, onderbouwd met medische rapporten van psychiaters en artsen.
De Raad oordeelde dat de nieuwe informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel dan de rechtbank. De medische beperkingen waren adequaat vastgesteld en er waren duurzaam benutbare mogelijkheden voor arbeid. Wel achtte de Raad het noodzakelijk om een nadere toelichting te geven over de belastbaarheid bij bepaalde functies, met name vanwege beperkingen in samenwerken. Omdat deze toelichting pas in hoger beroep werd gegeven, vernietigde de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak.
De Raad liet echter de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de toelichting deugdelijk was. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant voor zowel beroep als hoger beroep, inclusief het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.