ECLI:NL:CRVB:2010:BL7371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 13 november 2006 en 22 februari 2007, omdat zij meende meer arbeidsbeperkingen te hebben dan vastgesteld. De rechtbank had de besluiten vernietigd wegens onvoldoende motivering waarom geen urenbeperking was toegekend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant, het UWV, met uitgebreide rapporten van de bezwaarverzekeringsarts voldoende heeft gemotiveerd waarom geen urenbeperking is aangewezen ondanks de rugklachten en de ziekte van Crohn. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat deze motivering ontbrak.
De Raad stelt vast dat er geen medische gronden zijn om de beperkingen anders in te schatten dan door de verzekeringsartsen is gedaan. Ook is niet gebleken dat de functies die betrokkene zou moeten vervullen haar mogelijkheden overschrijden. De beroepen van betrokkene worden ongegrond verklaard en de intrekkingsbesluiten blijven in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 13 november 2006 en 22 februari 2007 wordt bevestigd; de beroepen van betrokkene worden ongegrond verklaard.