ECLI:NL:CRVB:2010:BL7369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraak over geen recht op Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Betrokkene had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 30 juli 2007 dat zij geen recht heeft op een Wajong-uitkering. De rechtbank stelde een deskundige, psychiater Graveland, aan die concludeerde dat betrokkene alleen met coachende begeleiding en medicatie in staat zou zijn arbeid te verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond omdat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) geen rekening hield met deze begeleiding.
In hoger beroep betoogde het UWV dat uit de rapportage van Graveland niet volgt dat intensieve begeleiding noodzakelijk is, terwijl betrokkene stelde dat meer beperkingen aan de FML toegevoegd moeten worden. De Raad oordeelde dat Graveland pas mogelijkheden ziet voor arbeid als betrokkene met coachende begeleiding en medicatie haar leven structuur heeft gekregen, wat in de relevante periode nog niet het geval was.
De Raad concludeerde dat de FML de beperkingen van betrokkene overschat en dat het besluit van het UWV van 30 juli 2007 onvoldoende medische grondslag heeft. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, met verbetering van gronden, en het UWV werd opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Raad bevestigt de uitspraak dat betrokkene geen recht heeft op een Wajong-uitkering en draagt het UWV op opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen.