ECLI:NL:CRVB:2010:BL6646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om herbeoordeling van zijn WAO-uitkering, die door het UWV was ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het UWV baseerde dit op het aangepaste Schattingsbesluit en een zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen medisch bewijs was overgelegd dat de beperkingen van appellant onderschatte. Ook achtte de rechtbank de geselecteerde functies passend en in overeenstemming met de beperkingen van appellant.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn medische klachten, zoals maagklachten, migraine en spanningsklachten, onvoldoende waren meegewogen en dat de functies zijn belastbaarheid overschreden. De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts deze klachten wel degelijk had onderzocht en dat er geen objectieve medische gegevens waren die de eerdere beoordeling ondermijnden. De arbeidskundige rapporten motiveren voldoende de geschiktheid van de functies.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.