ECLI:NL:CRVB:2010:BL6097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WAO-uitkering wegens ontbreken dienstbetrekking
Appellante was sinds 1 maart 1995 administratief medewerkster bij een werkgever en ontving vanaf 8 juli 1996 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV beëindigde in 2007 de uitkering na een fraudeonderzoek waaruit bleek dat appellante nooit daadwerkelijk arbeid had verricht en geen dienstbetrekking bestond. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij wel arbeid had verricht en dat haar verklaring onder druk was afgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen sprake was van een daadwerkelijke dienstbetrekking, mede gelet op verklaringen van getuigen en het eigen verhoor van appellante. In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen en overhandigde medische verklaringen en verklaringen van derden, maar deze werden niet als doorslaggevend erkend.
De Raad concludeerde dat de verklaring van appellante op 14 juni 2007 rechtsgeldig was afgelegd zonder ontoelaatbare druk en dat geen sprake was van overrompeling. De Raad vond geen bewijs dat appellante daadwerkelijk arbeid heeft verricht en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de WAO-uitkering terecht is beëindigd. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen dienstbetrekking had en de WAO-uitkering terecht is beëindigd.