ECLI:NL:CRVB:2010:BL5413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- H.G. Rottier
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en weigering kortdurende WW-uitkering wegens arbeidsurenverlies en niet-verzekeringsplichtige arbeid
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam en besluiten van het Uwv over de toekenning en weigering van een kortdurende WW-uitkering.
De Raad bevestigt dat het Uwv terecht een kortdurende WW-uitkering heeft toegekend met ingang van 5 april 1999, gebaseerd op 10 uur per week bij Multibedrijven. Het recht op uitkering is verminderd met 8,46 uur per week wegens uitbreiding van niet-verzekeringsplichtige werkzaamheden voor de Universiteit Leiden.
Verder vernietigt de Raad het besluit van 27 mei 2005 waarin het Uwv de weigering van een WW-uitkering met ingang van 21 oktober 1999 handhaafde. De Raad oordeelt dat appellant niet voldeed aan de wekeneis voor een nieuw recht op WW-uitkering, waardoor het Uwv terecht de uitkering heeft geweigerd. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand.
De Raad concludeert dat appellant geen nieuw recht op WW-uitkering heeft opgebouwd na 21 oktober 1999 en dat het Uwv correct heeft gehandeld in het beëindigen en weigeren van de uitkering. Tevens wordt het in hoger beroep betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Toekenning van kortdurende WW-uitkering vanaf 5 april 1999 bevestigd en besluit tot weigering WW-uitkering vanaf 21 oktober 1999 vernietigd met behoud van rechtsgevolgen.