ECLI:NL:CRVB:2010:BL4437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vrijwillige verzekering op grond van het Algemeen Verdrag sociale zekerheid met Marokko
Appellante verzocht de Sociale verzekeringsbank (Svb) om voor de vrijwillige verzekering ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) in aanmerking te komen op basis van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko (NVM). Dit verzoek werd afgewezen en het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit wegens het niet horen van appellante in bezwaar, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat onvoldoende bewijs was dat appellante zich tijdig had aangemeld.
In hoger beroep stelde appellante dat zij zich reeds in september 2004 of eerder had aangemeld, maar de Svb had dit niet onderzocht. De Raad concludeerde dat uit de stukken bleek dat de echtgenoot van appellante in april 2006 een AOW-aanvraag had ingediend, waarop de Svb appellante tweemaal had gewezen op de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering. Een AOW-aanvraag is echter niet gelijk aan een aanmelding voor de vrijwillige verzekering en er was geen bewijs van tijdige aanmelding.
De Raad oordeelde dat appellante niet bevoegd was om met ingang van 1 november 2004 deel te nemen aan de vrijwillige verzekering. De rechtbank had de rechtsgevolgen van het bestreden besluit terecht in stand gelaten en het hoger beroep werd verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek van appellante om deel te nemen aan de vrijwillige verzekering op grond van het NVM wordt afgewezen wegens het ontbreken van een tijdige aanmelding.