ECLI:NL:CRVB:2010:BL3614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Herziening toeslag en terugvordering bijstand wegens inkomsten inwonend studerend kind
Appellante ontving bijstand met toeslag vanwege hogere noodzakelijke kosten. Het College stelde dat de toeslag moest worden verlaagd omdat haar inwonende meerderjarige zoon naast studiefinanciering ook inkomsten uit arbeid had, zonder dat appellante hierover voldoende informatie verstrekte.
De rechtbank vernietigde enkele besluiten van het College, maar liet andere in stand. De Raad oordeelt dat het College onvoldoende heeft onderzocht in welke maanden de inkomsten van de zoon de inkomensgrens overschreden en dat de toeslagverlaging niet volledig gerechtvaardigd is. Tevens stelt de Raad vast dat de bezwaren tegen uitkeringsspecificaties niet-ontvankelijk verklaard hadden moeten worden.
Verder bevestigt de Raad dat in de beslagvrije voet een component voor ziektekostenpremie is begrepen en dat de woonkosten correct zijn meegenomen. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten en opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de overwegingen.
Uitkomst: De Raad vernietigt meerdere besluiten over toeslagverlaging en terugvordering, bevestigt correcte beslagvrije voet en wijst schadevergoeding af.