ECLI:NL:CRVB:2010:BL3268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en financiële verstrengeling
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande ouder. Het College stelde op basis van een onderzoek vast dat zij vanaf 1999 een gezamenlijke huishouding voerde met [T.], hetgeen zij niet had gemeld. Hierdoor werd haar bijstand ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde dat sprake was van een gezamenlijke huishouding met wederzijdse zorg, onder meer door financiële verstrengeling, gezamenlijke woonlasten en verzorging van het kind.
De Raad oordeelde dat appellante niet als zelfstandig subject van bijstand kon worden aangemerkt en dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en de kosten teruggevorderd. De stelling van appellante dat sprake was van onderhuurrelatie werd verworpen. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en financiële verstrengeling wordt bevestigd.