ECLI:NL:CRVB:2010:BL1699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende medewerking door alcoholgebruik tijdens re-integratietraject
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was geplaatst op een leerwerktraject bij een re-integratiebedrijf. Op de eerste dag van dit traject heeft appellant alcohol genuttigd op de werkvloer, wat leidde tot directe beëindiging van het traject. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft daarop de bijstand van appellant eenmalig verlaagd met €200 wegens onvoldoende medewerking.
Appellant voerde aan dat hij een alcoholprobleem heeft en dat het traject zijn achterliggende problematiek niet aanpakt, maar de Raad oordeelde dat dit onvoldoende is om de verlaging te matigen. De Raad stelde vast dat appellant had kunnen en moeten begrijpen dat alcoholgebruik tijdens het traject niet acceptabel is en dat het College de eerdere tekortkomingen van appellant in acht mocht nemen.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor een lagere verlaging of het afzien van de maatregel. De proceskostenveroordeling werd achterwege gelaten.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met €200 wegens onvoldoende medewerking door alcoholgebruik tijdens het re-integratietraject wordt bevestigd.