ECLI:NL:CRVB:2010:BL1627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en overschrijding vermogensgrens
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB. Na een signalering van de Belastingdienst bleek dat appellant beschikte over vermogen op een spaarrekening en een en/of girorekening, waarvan hij geen melding had gemaakt bij het College. Het College besloot daarom de bijstand over de periode 1 januari 2003 tot en met 5 april 2004 te herzien en de ten onrechte ontvangen bijstand terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het tegoed op de rekeningen van zijn moeder was en dat hij er niet over kon beschikken. De Raad oordeelde dat het feit dat de rekeningen op zijn naam stonden de vooronderstelling rechtvaardigt dat hij over het tegoed kon beschikken. Appellant slaagde er niet in dit te weerleggen met voldoende bewijs.
Verder werd vastgesteld dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van deze rekeningen, waardoor het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De Raad vond de opgelegde maatregel van een verlaging van 20% gedurende 1 maand passend en in overeenstemming met het beleid en de wet. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 20% gedurende 1 maand en de terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand worden bevestigd.