ECLI:NL:CRVB:2010:BL0274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-woning op opgegeven adres
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande. Het College vermoedde dat appellant niet woonde op het opgegeven adres, waarna een onderzoek werd ingesteld. Dit onderzoek wees uit dat appellant hoofdzakelijk verbleef bij een derde in een andere plaats, waardoor hij geen recht had op bijstand vanuit de gemeente Rijswijk.
Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten van de verleende bijstand terug. Tevens werd een nieuwe aanvraag om bijstand afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het besluit tot intrekking en terugvordering voor zover het niet gebaseerd was op een juiste grondslag, maar bevestigde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door zijn werkelijke woonplaats niet te melden. De Raad herroept het primaire terugvorderingsbesluit en bepaalt een aangepaste terugvordering van bijstandskosten. De afwijzing van de nieuwe aanvraag blijft in stand omdat appellant niet aannemelijk maakte dat zijn situatie was veranderd.
Het College werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak bevestigt het belang van correcte woonplaatsopgave en de bevoegdheid van het College tot intrekking en terugvordering bij onrechtmatigheden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor intrekking en terugvordering, deze besluiten worden vernietigd en herroepen, maar de afwijzing van de nieuwe aanvraag blijft in stand.