ECLI:NL:CRVB:2010:BL0219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 1989 vanwege longklachten arbeidsongeschikt is, kreeg vanaf 1990 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering in 2007 in, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. Na bezwaar werd dit besluit herroepen en opnieuw vastgesteld dat de uitkering per 18 februari 2008 moest worden ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het UWV de beperkingen juist had vastgesteld en dat er geen medische gegevens waren die een onderschatting van de beperkingen ondersteunden. Ook was geen urenbeperking noodzakelijk. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door lichamelijke en psychische klachten niet in staat was tot arbeid, maar kon dit niet met medische gegevens onderbouwen.
De Raad overwoog dat het CBBS een hulpmiddel is om de mate van arbeidsongeschiktheid te bepalen en dat overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts onderdeel uitmaakt van het proces. De signaleringen bij de geduide functies wezen niet op overschrijding van de belastbaarheid. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.