ECLI:NL:CRVB:2010:BK9961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ontheffing sociale activering wegens onvoldoende onderzoek medische situatie
Appellant ontvangt sinds 1996 bijstand en werd door het College verplicht deel te nemen aan een traject van sociale activering. Het College baseerde zich op een advies van Aob Compaz waarin werd gesteld dat appellant tijdelijk arbeidsongeschikt is, maar wel acht uur per week aan sociale activering kan deelnemen. Appellant maakte bezwaar tegen deze verplichting, dat door het College werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat zijn ernstige hartritmestoornissen onvoldoende zijn meegewogen. De Raad oordeelt dat het College het advies van Aob Compaz niet zonder nader onderzoek of motivering had mogen volgen, omdat niet duidelijk is of informatie van behandelende artsen is ingewonnen en betrokken. Dit betekent dat het besluit niet berust op een zorgvuldig onderzoek en onvoldoende is gemotiveerd.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en beveelt het College een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het College wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering.