ECLI:NL:CRVB:2010:BK9702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 1993 arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde deze uitkering per 23 april 2007, met een vaststelling van minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen waren onderschat en bracht zij neuropsychologische rapporten in van J.Ph.P. Kroese en J. Hage. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze rapporten geen volledig onderzoek bevatten en slechts aanvullende testen betroffen zonder controletesten op malingering of onderpresteren. Bovendien vond de zenuwarts Kemperman aanwijzingen voor onderpresteren/malingering.
De Raad achtte de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de onderbouwing van de arbeidsdeskundige voldoende betrouwbaar en zag geen reden om het besluit van het Uwv te vernietigen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing van de arbeidsongeschiktheid.