ECLI:NL:CRVB:2010:BK9685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens blijvende vermoeidheidsklachten na borstkankerbehandeling
Appellante, voormalig expeditieleider, viel uit wegens borstkanker en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na behandeling werd de uitkering in 2004 vastgesteld op 35-45% zonder urenbeperking. Appellante stelde dat zij vanwege blijvende vermoeidheidsklachten niet meer dan vier uur per dag kan werken.
Diverse medische rapporten, waaronder van psychiater Huisman en bedrijfsarts Schriemer, bevestigden de beperkingen door vermoeidheid. De rechtbank verwierp echter de urenbeperking omdat volgens de deskundige Graveland de klachten niet strikt bij ziekte hoorden. De Raad oordeelt anders en acht de medische gegevens voldoende om de moeheidsklachten als reëel en causaal verband houdend met de kankerbehandeling te erkennen.
De Raad stelt vast dat appellante beperkt is tot vier uur arbeid per dag en beveelt het Uwv aan de belastbaarheid opnieuw vast te stellen met deze urenbeperking. Het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd. Tevens wordt het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De WAO-uitkering wordt herzien met een urenbeperking van vier uur per dag vanwege blijvende vermoeidheidsklachten.