ECLI:NL:CRVB:2010:BK9122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAO-uitkering wegens verzwegen inkomsten
Appellant ontving sinds 1991 een WAO-uitkering die vanaf 1996 werd berekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV stelde in 2006 vast dat appellant sinds 1997 onder een schuilnaam bij verschillende bedrijven had gewerkt zonder dit te melden, wat leidde tot een rapport waarin werd geconcludeerd dat de uitkering ten onrechte werd ontvangen.
Het UWV schortte de uitkering op en besloot tot intrekking met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2003, en tot terugvordering van onverschuldigde betalingen over de periode 1999 tot en met 2006. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en oordeelde dat de toepassing van artikel 44 van Pro de WAO met terugwerkende kracht niet in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder het ontbreken van een medisch onderzoek en zijn financiële noodsituatie. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank, stelde vast dat appellant bewust inkomsten had verzwegen en dat de terugvordering terecht was. Ook vond de Raad geen dringende reden om van terugvordering af te zien. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering wegens bewust verzwegen inkomsten.