ECLI:NL:CRVB:2010:BK8931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening loonwaardeberekening en intrekking WAZ-uitkering na arbeidsactiviteiten in bakkerij
Betrokkene, voormalig banketbakker en directeur van een eigen onderneming, viel in 1998 volledig uit en kreeg een WAZ-uitkering toegekend. Later verrichtte hij werkzaamheden in een bakkerij op naam van zijn echtgenote, zonder dit te melden, wat leidde tot een onderzoek en herziening van zijn uitkering door het UWV. De arbeidsdeskundige stelde een loonwaarde vast op basis van het uurloon van een gezonde banketbakker, wat betrokkene en de Raad betwistten vanwege zijn medische beperkingen en andere werkzaamheden.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene (in)direct profiteerde van het bedrijf van zijn echtgenote en dat hij niet fulltime en volledig productief was, maar trad buiten de omvang van het geding. De Raad vernietigt deze uitspraak ambtshalve omdat het besluit niet werd vernietigd en stelt vast dat de loonwaarde niet bindend is vastgesteld.
De Raad stelt zelf de loonwaarde vast op ruim €20.000 per jaar, rekening houdend met het privégebruik van de bedrijfsauto en vermogensaanwas door verkoopwinst. Dit leidt tot een inkomensverlies van circa 43%, waarna het UWV wordt opgedragen het besluit te herroepen, de uitkering aan te passen en het terugvorderingsbedrag te corrigeren. Tevens worden de proceskosten aan betrokkene toegekend.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en de loonwaarde wordt opnieuw vastgesteld met aanpassing van de WAZ-uitkering en terugvordering.