ECLI:NL:CRVB:2010:BK8908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toerekening en terugvordering WAO-uitkeringen na overgang onderneming en eigen risicodragerschap
Deze zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen over de toerekening en terugvordering van WAO-uitkeringen. De werknemer viel op 22 april 2002 wegens ziekte uit en was op dat moment in dienst bij een onderneming die gedeeltelijk werd overgenomen door een andere B.V. per 1 september 2002. Het Uwv kende de werknemer op 1 mei 2003 een WAO-uitkering toe en stelde vast dat de nieuwe werkgever vanaf 1 juli 2004 eigen risicodrager werd.
Appellante betwistte de toerekening van de WAO-uitkering aan haar, stellende dat de werknemer geen deel uitmaakte van de overgang van onderneming en niet verzekerd was vanwege een familierelatie. De Raad overwoog dat het risico van betaling van de WAO-uitkering volgens artikel 75b van de WAO bij de eigen risicodrager ligt indien de werknemer op de eerste ziektedag in dienst was bij de overgedragen onderneming, ongeacht of de werknemer later in dienst trad bij de overnemende partij.
De Raad verwierp de stelling dat de werknemer feitelijk niet werkzaam was vanwege schorsing, omdat het dossier geen bewijs hiervoor bevatte. Ook werd het bezwaar dat het Uwv tekort zou zijn geschoten in haar informatieplicht verworpen, aangezien een eigen onderzoeksplicht bij het aanvragen van eigen risicodragerschap rust op de werkgever. Het verzoek van appellante om terug te keren naar het publieke bestel werd als een afzonderlijk verzoek buiten de procedure beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de toerekening en terugvordering van de WAO-uitkeringen aan appellante werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toerekening en terugvordering van WAO-uitkeringen aan appellante wordt bevestigd.